Oldehove; ‘De Mooi mislukte’ kerktoren

Het had een indrukwekkende basiliek moeten worden van maar liefst 120 meter hoog, maar zover is het nooit gekomen. De bouwers kwamen niet verder dan een ‘halve’ kerktoren die ook nog eens scheef is. Toch is de 39 meter hoge Oldehoven in vijf eeuwen tijd uitgegroeid tot een van de belangrijkste symbolen van Leeuwarden.

Als ik de Oldehove niet zien kan, voel ik mij vreemd en onwennig; een bekend gezegde in Leeuwarden. Inwoners spreken nog altijd van ‘mooi mislukt’ als ze het hebben over de zestiende-eeuwse toren die nooit werd voltooid en ontelbare herstelwerkzaamheden moest ondergaan. Torenwachter Jan de Vries durft zelfs te spreken van ‘het belangrijkste monument van Leeuwarden’, ondanks dat de toren geen belangrijke functie heeft gehad. Hoe kan het dat de Oldehove dan toch zo belangrijk is geworden voor zijn stad? De Vries: ‘Het gaat vooral om de bijzondere ontstaansgeschiedenis, de mooie verhalen eromheen.’

Twee knikken
Het was ooit de bedoeling dat er een nieuwe kerk zou komen -in plaats van de oude Sint Vituskerk ‘Maar bouwmeester Jacob van Aaken had onvoldoende rekening gehouden met de Friese kleigrond’, vertelt De Vries. ‘Toen er nog maar net begonnen was met de bouw, zakte de toren aan één kant weg in de grond. De bouwers probeerden vervolgens tot tweemaal toe weer recht omhoog te bouwen, maar hun bouwwerk bleef verzakken. Daardoor stond de toren niet alleen scheef, hij bevatte voortaan ook twee kleine knikken”.’ Van een kerk is het uiteindelijk nooit gekomen. Van Aaken stierf drie jaar na de start van de bouw en ook zijn opvolger Cornelis Frederik zou zijn poging om de toren af te bouwen al na een paar meter zien mislukken.

Uniek
Toch zijn Leeuwardenaren blij dat de Oldehove nooit is voltooid. De mismaaktheid is wat hem uniek maakt. De vergelijking met een andere bekende scheve toren gaat dan ook niet volledig op. ‘De toren van Pisa staat scheef, maar de onze staat scheef én is licht gekromd. Dat kunnen ze in Italië niet zeggen…’, lacht De Vries. Wat de Leeuwardense toren wel gemeen heeft met de Italiaanse, is de toestroom van belangstellenden. ‘Ze komen overal vandaan. Uit Leeuwarden, uit Limburg, maar met name uit het buitenland. Het gaat om jong én oud. We ontvangen ook vaak groepen kinderen van basisscholen, die erg geïnteresseerd zijn in de geschiedenis. En sommige bruidsparen houden hier zelfs hun bruiloft, dat kan desgewenst in zestiende-eeuwse stijl en kleding.’

Hoogtepunt
Als torenwachter vertelt de Vries vol passie over het rijke verleden van de toren en hoe die past binnen de stadsgeschiedenis van Leeuwarden. Maar bezoekers willen niet alleen historische verhalen horen. Ze beklimmen graag de toren om te genieten van een indrukwekkend uitzicht over de Friese hoofdstad. Bij helder weer zijn zelfs de Waddeneilanden Ameland en Schiermonnikoog in de verte te zien. Niet voor niets gebruikten de Duitsers de toren in de Tweede Wereldoorlog als uitkijkpost om de vliegbasis Leeuwarden in het oog te houden. De Vries zelf ziet de beklimming niet als hoogtepunt van een bezoek aan de Oldehove. ‘Ik woon negentien hoog, dus – ‘hoog’ uitzicht ben ik wel gewend. Geef mij maar de tijdlijn beneden in de toren. De historie is wat de Oldehove, scheve toren van Leeuwarden zo bijzonder maakt.’

Nederland Monumentenland en haar onderdelen worden ondersteund door:

© Nederland Monumentenland 2019