Het bloedbad van Naarden

Het Bloedbad van Naarden is een van de bloedbaden van de Tachtigjarige Oorlog. Op 1 december 1572 werd een groot deel van de bevolking van Naarden door de Spanjaarden vermoord, nadat de stad zich aan de Spaanse troepen had overgegeven. Op 1 december kwam Romero met 28 Spanjaarden de stad binnen. Zij werden door Gerrit Pieter Aertszoon uitgenodigd voor een feestelijke maaltijd. Spoedig kwamen vierhonderd soldaten binnen, hun aantallen groeiden gestaag omdat de grachten bevroren waren, de muren verlaten.

De Spanjaarden werden door de Naardse burgers voortreffelijk onthaald. Romero nodigde de inwoners uit in de Gasthuiskerk, het huidige Spaanse Huis, in die tijd als stadhuis in gebruik. Er hadden zich daar ongeveer vijfhonderd mensen verzameld. Toen kwam een priester binnen en begon te bidden dat de aanwezigen een uur de tijd hadden om zich voor te bereiden op de dood. Op dat moment sloegen de deuren open en verschenen Spaanse musketiers. Ze vuurden hun musketten op de dichte massa en sloegen de overgebleven mensen neer met het zwaard en degen. Veel van hen waren de toren ingevlucht en luidden de klok. De Spanjaarden dreven er de spot mee en staken de kerktoren daarna in brand, de slachtoffers, dood en levend verteerden tot as. De Spanjaarden vermoordden binnen enkele minuten bijna alle inwoners inclusief Aertszoon die even te voor nog met de Spanjaarden had gegeten. Toen drongen de Spanjaarden de huizen binnen. Burgers werden neergeschoten, hun huizen geplunderd, bewoners werden gedwongen de buit naar het Spaanse kamp te brengen, nadien werden zij als “dank” gedood. Ook kwamen vanuit de naburige dorpen mensen naar Naarden, de straten van Naarden waren gevuld met handelaren om de geroofde buit op te kopen. De plunderende soldaten verkrachtten daarbij de vrouwen en meisjes. Toen staken ze de hele stad in brand, om verstopte burgers te dwingen hun schuilplaatsen te verlaten. Deze burgers werden met dolken en vleesbijlen vermoord. Diegenen die verzet boden werden doodgemarteld, omringd door lachende soldaten. Men tapte bij de slachtoffers het bloed af en dronk dat als wijn. Lambertus Hortensius moest getuige zijn van de moord op zijn zoon, waarbij een Spaanse soldaat zijn zoons hart uitsneed en bij hem in het gezicht wierp.

Ongeveer honderd burgers die nog door de besneeuwde weiden wisten te ontsnappen vielen alsnog in Spaanse handen, zij werden naakt aan hun voeten in bomen gehangen om dood te vriezen. Burgers die in de omgeving door omwonenden waren opgevangen werden alsnog gedood door de Spanjaarden. Don Frederik stelde daarna op straffe des doods een verbod in, om vluchtelingen een schuilplaats of voedsel aan te bieden. Er zouden in totaal ongeveer zestig burgers zijn ontsnapt aan het bloedbad, waarvan twintig op losgeld gespaard bleven.

Nederland Monumentenland en haar onderdelen worden ondersteund door:

© Nederland Monumentenland 2019