Karel de Stoute overleden op 5 januari 1477

Karel de Stoute (was hertog van Bourgondië, Brabant, Limburg en Luxemburg, graaf van Vlaanderen, Artesië, Bourgondië, Henegouwen, Holland, Zeeland en Namen, heer van Mechelen. In 1472 werd hij bovendien hertog van Gelre en graaf van Zutphen. Zijn bijnaam, de Stoute (in het Frans: le Téméraire of le Hardi), betekent “de stoutmoedige” of “de roekeloze”. Door de kroniekschrijvers van zijn tijd werd deze bijnaam echter niet systematisch gebruikt. In de kronieken van zijn tijdgenoten heette hij gewoon Karel van Bourgondië.

Praalgraf van Karel de Stoute in het koor van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Brugge.
Karel sneuvelde op 5 januari 1477 tijdens de Slag bij Nancy, een poging om Nancy op de Lotharingers te veroveren. Hij vluchtte toen bleek dat zijn manschappen aan de verliezende hand waren. Zijn stoffelijk overschot werd twee dagen later pas terug gevonden, hij was van zijn paard gevallen. Hoewel hierover nog altijd onduidelijkheid bestaat, zou zijn gezicht al zijn aangevreten door wolven en waren zijn wapenrusting en kleren geroofd; identificatie van de hertog moest plaatsvinden aan de hand van de littekens op zijn lichaam die bij zijn lijfarts bekend waren. Hij werd begraven in de collegiale Sint-Joriskerk (Saint Georges) te Nancy.

Zijn stoffelijke resten werden op 22 september 1550 opgegraven door Christina van Denemarken (1521-1590), regentes van Lotharingen, op vraag van keizer Karel V, de achterkleinzoon van Karel de Stoute. Vanuit Nancy werden ze eerst naar Luxemburg (stad) overgebracht, waar ze in het Minderbroederklooster een plaats kregen. Begin 1553 werden ze ten slotte naar Brugge overgebracht. Daar werden ze eerst tijdelijk in de collegiale Sint-Donaaskerk, die op de Burg stond, begraven. Op 7 juni 1553 vonden ze hun definitieve rustplaats in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Brugge, aanvankelijk in de grafkelder van zijn dochter en opvolgster Maria van Bourgondië in het koor van de kerk en vanaf 1563 in een eigen praalgraf, vervaardigd door Jacob Jonghelinck, naast dat van Maria. Tijdens de Franse Revolutie werden beide grafkelders geplunderd. Vermoedelijk gingen de stoffelijke resten van Karel de Stoute toen verloren. De ligbeelden, de familiestambomen en de wapenschilden die het grafmonument versierden, waren gelukkig tijdig in veiligheid gebracht. In 1806 werden beide grafmonumenten haastig gereconstrueerd in de Lanchalskapel en pas bij de archeologische opgravingen van 1979 werden ze opnieuw in hun originele toestand heropgebouwd op hun oorspronkelijke plaats in het koor van de kerk. Bij die opgravingen werd wel het skelet van Maria van Bourgondië teruggevonden (en als het hare geïdentificeerd), maar niet dat van Karel de Stoute. Waar het gebleven is, is nog steeds een raadsel.

Na Karels dood
Zijn dood in 1477 veroorzaakte een crisis in het hertogdom. Zijn dochter Maria van Bourgondië werd onmiddellijk geconfronteerd met de ontevredenheid over het oorlogszuchtige en centralistische beleid van haar vader. Door toekenning van het Groot Privilege op 11 februari 1477 verkreeg Maria financiële en militaire steun van de Staten-Generaal. Ook moest zij, om tegemoet te komen aan het particularisme, aan verscheidene gewesten en steden eigen keuren verlenen. Holland en Zeeland verkregen in maart 1477 hun eigen Groot Privilege, waarbij Nederlands de bestuurstaal werd en zuiderlingen werden uitgesloten van belangrijke functies. Lodewijk van Gruuthuse werd hierop opgevolgd door Wolfert VI van Borselen. Bovendien viel Frankrijk zijn Franse gewesten aan omdat Lodewijk XI nu de kans had om deze terug in te lijven bij zijn koninkrijk. Op 19 augustus 1477 trouwde Maria met Maximiliaan I van Oostenrijk, waardoor er een einde kwam aan haar korte persoonlijke regeerperiode en meteen de Franse dreiging het hoofd geboden kon worden: Maximiliaan versloeg op 7 augustus 1479 de troepen van Lodewijk XI in de Slag bij Guinegate. Door het huwelijk kwamen de Nederlanden uiteindelijk in handen van de Habsburgers.

Nederland Monumentenland en haar onderdelen worden ondersteund door:

© Nederland Monumentenland 2019