Het Zonnehuis

Tuindorp Oostzaan in Amsterdam

Tuindorp Oostzaan is een van de tuindorpen die tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog werden ontwikkeld in Amsterdam om een tegenwicht te bieden aan de verpauperde volksbuurten in de binnenstad. Bovendien wilde men de groeiende groep arbeiders van de nieuwe industrieën en scheepsbouw aan de noordoevers van het IJ dichtbij hun werk huisvesten, om te voorkomen dat een dure oeververbinding tussen de binnenstad en Amsterdam-Noord nodig zou worden.

Woningnood
In 1918 waren vanwege de grote woningnood twee noodwooncomplexen neergezet in Amsterdam-Noord: Vogeldorp en Disteldorp. Samen waren ze goed voor 537 semipermanente arbeiderswoningen. Het jaar daarna kreeg de Gemeentelijke Woningdienst Amsterdam opdracht om nog eens 1.000 semipermanente woningen neer te zetten tussen Zaandam en Amsterdam, eveneens langs de noordelijke oever van het IJ. Dit gebied (het huidige Amsterdam-Noord) was toen niet meer dan een uitgestrekt poldergebied, dat door de gemeente was bestemd voor de vestiging van grootschalige industrie die veel havenfaciliteiten nodig had. Op sommige plekken had de gemeente zelf baggerstortplaatsen in gebruik, waar slib uit de Amsterdamse grachten en vaarten werd gedumpt. Eind 19e, begin 20e eeuw waren er tal van nieuwe ondernemingen neergestreken. Dat waren vooral grote scheepswerven, zoals de Amsterdamse Droogdok Maatschappij (ADM), die steeds meer arbeiders nodig hadden. Daarmee bezorgden ze de gemeente een probleem. Om soepel werkverkeer tussen de stad en het noordelijke havengebied mogelijk te maken, moest er eigenlijk een vaste oeververbinding komen. Maar een hoge brug over het IJ waar alle grote zeeschepen onder konden passeren, zou veel te duur worden. Eenvoudiger en goedkoper was het om in de buurt van de bedrijven nieuwe woningen te bouwen voor de arbeiders. De gemeente Amsterdam liet haar oog vallen op een uitgestrekt voormalig baggerterrein, dat op het grondgebied lag van de gemeente Oostzaan. Uiteindelijk lukte het Amsterdam om dit terrein aan te kopen en een gemeentegrenscorrectie voor elkaar te krijgen. Hier verrees Tuindorp Oostzaan.

Ontwerp
Het stedenbouwkundig plan is gemaakt door architect B.T. Boeyinga en J.H.Mulder (1888-1960). Zij hebben ook Vogeldorp, Disteldorp, Tuindorp Nieuwendam en Floradorp ontworpen. De wijk is ontworpen in de stijl van de Amsterdamse School. In eerste instantie waren de arbeiderswoningen bedoeld als noodwoningen, die niet langer dan 35 jaar zouden blijven bestaan. De eerste woningen zijn daarom op betonplaten gebouwd en zijn geconstrueerd met een houtskelet.

Zonnehuis
Het Zonnehuis is een rijksmonument aan het Zonneplein 30 in Amsterdam-Noord dat in 1932 gebouwd werd voor het gemeenschapsleven van (vooral) bewoners van Tuindorp Oostzaan, vanuit de filosofie dat een bloeiend verenigingsleven van belang is voor de opvoeding van de arbeidersklasse. In tijden van financiële crisis zorgde de bouw voor banen en inkomens voor de vele werkeloze arbeiders in die periode. Tuindorp Oostzaan kent en kende een actief verenigingsleven. Het Zonnehuis speelde daarbij een belangrijke rol. Er zijn/waren voetbal-, atletiek-, toneel- en zangverenigingen en er waren verschillende harmonieën, waarvan er nu nog een actief is, en er werden ook bioscoopvoorstellingen gegeven. In de jaren 80 van de vorige eeuw werden er bokswedstrijden gehouden. In 1993 werd het gebouw op het nippertje gered van de sloop. In 2002 kwam het in bezit van Stadsherstel Amsterdam. De prachtige interieurs waren nog grotendeels authentiek, maar casco was het in vervallen staat. Inmiddels is het gebouw een rijksmonument en gerestaureerd in oude staat.

 

Nederland Monumentenland en haar onderdelen worden ondersteund door:

© Nederland Monumentenland 2019