’t Hooftshofje in Den Haag

’t Hooftshofje is gebouwd als liefdadigheidshofje en aan die doelstelling wordt nog steeds voldaan. De acht huisjes waren volgens het reglement van 1882 bestemd voor zestien gereformeerde bejaarde vrijsters of weduwen. De vrouwen hoefden geen huur te betalen en kregen ieder jaar in oktober wat geld en vijf tonnen turf. Er was een zeventiende woning in het voorgebouw, boven de regentenkamers, bestemd voor de huismeester. Nog steeds wonen er alleenstaande vrouwen. Sinds 1952 wordt huur betaald om de kosten van het onderhoud te dekken.

De bouw
Tijdens de bouw bleek dat de bebouwing aan de straat niet gehandhaafd kon worden. Aan de noordwestkant werd tegen de voorganger van de in 1822 gebouwde Willibrorduskerk aangebouwd. De bouw duurde twee jaren. De huisjes bestonden uit een boven- en benedenwoning, een keldertje en een gedeelde voordeur. Op 1 maart 1757 betrok de eerste bewoonster haar woning.
De acht huisjes staan in een U-vorm om een gezamenlijke binnentuin, vier links en vier rechts. Aan beide kanten was tussen het tweede en derde huis een ‘as- en wasruimte’ met toilet en een trap naar de bovenwoning. Ook was er aan beide kanten een pomp. De U wordt afgesloten door een muur. In het midden van deze muur ligt een tuin die ook bij het hofje hoort.
Het middelste deel van de U-vorm, het hoofdgebouw, ligt aan de straat. In het midden is de toegang tot het hofje met een brede deur die ’s avond wordt afgesloten. Op de eerste verdieping is een raam en daarboven is een rococo kuifstuk, waarop een afbeelding staat van Angenis Hooft en daaronder van twee familiewapens, links van Eduard van Velsen, rechts van Cornelis Steen. Onder het kuifstuk staat Anno 1756. Links en rechts van de poort zijn twee regentenkamers voor de Haagse en Amsterdamse regent.

De tuin
Te midden van het hofje is een gezamenlijke tuin. Tijdens de restauratie in 1937 werd een grote boom weggehaald en de huidige inrichting bepaald. In de muur achter de tuin is een toegang tot de buitentuin, die soms verhuurd werd maar nu ook door de bewoners gebruikt wordt. Er is een klein vijvertje met een stromend watertje.

Rijksmonument
In 1930 voerde de gemeente het hofje, met uitzondering van de poort in de voorgevel, voorwaardelijk van de rijksmonumentenlijst af. Het hofje was zodanig in verval geraakt dat overwogen werd het af te breken. De gemeente plaatste het hofje op aandringen van de directeur van het Rijksbureau voor de Monumentenzorg Jan Kalf terug op de rijksmonumentenlijst zodat in 1936 subsidie kon worden aangevraagd om het te restaureren.
Restauraties en veranderingen
Bij deze restauratie kreeg iedere bewoonster kreeg een eigen voordeur, sommigen via een buitentrap, bij anderen werden de oude houten trappen in ere hersteld. De zolders kregen kamertjes en werden bij de eerste verdieping getrokken. Iedere woning kreeg een eigen keukentje en een eigen wc. Om de ventilatie te verbeteren werden kleine raampjes bij de bedstede gemaakt.

DuMo principes
Bij de huidige restauratie werd het energieverlies in beeld gebracht en een aantal verbeteringen voorgesteld, op basis van de principes van Duurzame Monumentenzorg (DuMo). Met als doel om monumenten in harmonie met, en afgestemd op hun historische waarden en karakteristieken aan een verbeterde milieuprestatie te helpen.

Meer weten over het duurzaam maken van uw monument?
De stichting ERM heeft een publicatie in de vorm van een waaier uitgegeven met praktische tips voor verduurzaming. De waaier is te downloaden via www.stichtingerm.nl/publicaties.

Nederland Monumentenland en haar onderdelen worden ondersteund door:

© Nederland Monumentenland 2019