Vrijwillig levend begraven

Suster Bertken in Buurkerk Utrecht

Zevenenvijftig jaar bracht Suster Bertken vrijwillig door in een cel van nog geen zestien vierkante meter in de Utrechtse Buurkerk. Ze wendde zich af van de aardse beslommeringen en richtte zich volledig op God.

Bertken zag af van alle luxe, had geen verwarming, droeg slechts een haren kleed en at zeer eenvoudige maaltijden, zonder vlees of zuivelproducten. Het grootste gedeelte van haar tijd bracht ze door met bidden. Maar af en toe had ze ook tijd om te lezen en om te schrijven. Twee boekjes van haar hand zijn bewaard gebleven, helaas alleen in druk, de handschriften zijn verdwenen.

Buitenechtelijk kind
Er is lang gespeculeerd over de reden waarom Berta zich in 1457 vrijwillig liet opsluiten in een minuscule ruimte en daar haar dagen sleet tot haar dood. Toen in 1958 duidelijk werd dat Bertken een buitenechtelijk kind was, heeft men daar de oorzaak gevonden van de ‘zondigheid’ waar Bertken steeds over rept. Ze zou als boetedoening voor haar onwettigheid zich hebben laten insluiten in een cel.

Dertig rijnsguldens voor cel
Echter in de hogere geestelijke kringen, de kringen waar Bertkens vader zich in bevond, was het niet ongebruikelijk om kinderen te verwekken. Bertken hoefde zich dus niet te schamen voor haar afkomst en heeft dan ook, blijkens haar geschriften, de goede opvoeding gehad die paste bij een meisje van haar stand. Waarschijnlijk had Bertken een goede band met haar biologische vader en ook met haar oma van vaderskant, Belie. In 1449 stierven zowel Jacob van Lichtenberg als zijn moeder. In datzelfde jaar belegde Bertken bij de Buurkerk in Utrecht maar liefst dertig rijnsguldens, meer dan het jaarloon van een ongeschoolde arbeider. Dat Bertkens kleine fortuin afkomstig geweest zal zijn uit een erfenis van haar vader of diens moeder is zeer aannemelijk.

Blote voeten
Hoe Berta Jacobs de 57 jaren in de cel heeft doorgebracht is beknopt bekend. Ze droeg al die tijd dezelfde kleding, namelijk een grof haren kleed. Ze at geen vlees of zuivelproducten en liep op blote voeten in haar onverwarmde cel, want ze maakte nooit vuur. Als recluse, ingekluisde, vulde ze haar dagen vooral met bidden en mediteren. Ze kon vanuit haar kluis makkelijk alle diensten volgen, want ze had uitzicht op het heilig ‘cruys-choor’. Verder hield ze zich bezig met spinnen, weven, en schrijven. Ook praatte ze in de middag met voorbijgangers die langs haar cel kwamen. Veel mensen bezochten een kluizenaar/kluizenares om raad te vragen of gewoon voor een luisterend oor. Al luisterend en adviserend heeft Bertken zich behoorlijk populair gemaakt. Het was dus niet een leven in volstrekte eenzaamheid zoals bijvoorbeeld kluizenaars in de woestijn doorbrachten. Suster Bertken overleed op zondag 25 juni 1514 op zeventachtigjarige leeftijd. Haar graf is nooit meer teruggevonden, men situeert het nu onder het huidige pand op Choorstraat 25 in het centrum van Utrecht.

 

Nederland Monumentenland en haar onderdelen worden ondersteund door:

© Nederland Monumentenland 2019