Landgoed Zonnestraal in Hilversum

Jan Andries van Zutphen, beter bekend als ome Jan van Zutphen, was de grote motor achter het realiseren van een sanatorium voor tuberculosepatiënten in Hilversum. Ome Jan was de voorman van de Algemene Nederlandse Diamantbewerkers Bond en met zijn dreunende stem, onstuimig temperament en lange baard een karakteristieke persoonlijkheid.

Koperen Steeltjes
Het geld voor de aankoop van de grond en het sanatorium op Landgoed Zonnestraal kwam uit het Koperen Stelen Fonds Nieuwe Levenskracht. Genoemd naar de koperen steeltjes, waarop de diamantbewerkers de ruwe diamanten vastzetten. Met de opbrengst van de verkoop van gebroken stelen kon in 1919 het 120 ha grote landgoed worden gekocht. Door allerlei omstandigheden werd het sanatorium pas geopend op 12 juni 1928.

Lucht en licht
Het voormalige Sanatorium Zonnestraal is in 1925 ontworpen door Jan Duiker samen met B. Bijvoet en constructeur J.G. Wiebenga. Het complex is een goed voorbeeld van het Nieuwe Bouwen. Karakteristiek zijn de staalconstructies met beton, afgewerkt met helder wit stucwerk, de blauw geschilderde dunne, stalen kozijnen en de grote glasoppervlakken. De hele architectuur ademt een sfeer van lucht, licht en ruimte. Precies wat nodig was voor het doel waarvoor het was ontworpen: de behandeling van tuberculosepatiënten, destijds volksziekte nummer één.

Dienstbodenhuis
Via een lange, lommerrijke laan, links van de klok, staan de voormalige werkplaatsen. Aan het pad daartegenover ligt links het Dresselhuyspaviljoen en rechtdoor het Hoofdgebouw. Het Ter Meulenpaviljoen ligt daarachter. De patiënten verbleven in de paviljoens. In het hoofdgebouw waren allerlei centrale voorzieningen. Op het terrein is ook een dienstbodenhuis, de Koepel. De sterkste patiënten woonden in een boshuisje. Vijf van die eenpersoonshuisjes zijn bewaard gebleven.
Het was een, zoals dat zo mooi heette, ‘zelfvoorzienende arbeiderskolonie’. De patiënten die aan de beterende hand waren, voerden in het kader van arbeidstherapie allerlei werkzaamheden uit. De werkplaatsen, op een fundering van beton, zijn door de patiënten zelf gebouwd. Het was de bedoeling dat Zonnestraal zichzelf kon bedruipen. Er werd van alles gemaakt: fietsen, tuinhuizen, meubels. Er waren broeikassen, een boomgaard, paarden- en varkensstallen. Enkele percelen grond werden verhuurd.
Duiker heeft dit complex niet ontworpen om het tot in lengte der dagen te laten bestaan. Zodra de functie vervallen was, mocht het verdwijnen. Even leek dat ook te gebeuren. Nadat het allang geen sanatorium meer was, maar meer een dependance van het ziekenhuis in Hilversum, kwam het in 1993 grotendeels leeg te staan. Alleen het Ter Meulenpaviljoen bleef in gebruik. Aan de rest werd geen onderhoud meer gepleegd en het complex zakte bijna in elkaar. Roestvorming, afbrekend beton, gesneuvelde ruiten, vandalisme gaven het eens zo parmantige Zonnestraal een treurige aanblik.

Maar in 1995 werd de eerste stap gezet om het op de lijst van rijksmonumenten te krijgen. Dat is gelukt. Ingrijpende renovatie en restauratie volgden. De boshuisjes bijvoorbeeld zijn door studenten bouwkunde van de TU in Delft gerestaureerd, samen met leerlingen van college De Brink uit Laren. Alle gebouwen zijn inmiddels gerestaureerd en hebben allemaal een functie in de zorg of gezondheidszorg. Wat eens bedoeld was als een wegwerpgebouw is nu gelukkig dankzij deskundig herstel bewaard gebleven.

Sanatorium Zonnestraal is voorgedragen voor de voorlopige lijst van de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Het landgoed is open voor wandelingen en er worden interessante rondleidingen gegeven.
De voordracht om op de werelderfgoedlijst te komen gebeurt echter niet voor 2020, dat liet minister Jet Bussemaker in mei 2015 weten.

Nederland Monumentenland en haar onderdelen worden ondersteund door:

© Nederland Monumentenland 2019