Huis Oudaen in Utrecht

Het nut van een stadskasteel
De familie Zoudenbalch was een belangrijk patricisch geslacht in Middeleeuws Utrecht. Tot de zestiende eeuw waren zij in bezit van vele belangrijke politieke en religieuze posities. In tegenstelling tot veel andere families in de stad, zoals de Fresingers, de Lockhorsts en de Lichtenbergers, bleven zij lang aan de macht. Om aan de macht te komen – en te blijven – werden door deze families verschillende kleine stadsoorlogen gevoerd. Huis Oudaen werd door de familie dan ook vooral ter verdediging gebouwd. Andere families hadden gelijkwaardige huizen in de stad. Hoewel meer van dit soort huizen bewaard zijn gebleven is Huis Oudaen het enige huis waar geen negentiende eeuwse voorgevel voor is gebouwd.

Vroegere geschiedenis van het Huis Oudaen
Het eerste huis dat door de familie Zoudenbalch gebouwd werd op deze plek bestond uit twee verdiepingen en een kelder. Binnen in het gebouw bevond zich een grote zaal met openhaard, die enkel gebruikt werd voor ceremoniële doeleinden. Daarnaast werd het gebouw gebruikt voor de opslag van huishoudelijke voorraden. Het daadwerkelijke woonhuis was een stuk kleiner en bevond zich naast het grotere pand. Het huidige gebouw moet ergens in de eerste kwart van de veertiende eeuw zijn opgetrokken en kreeg het karakter van een woontoren. Het huis had bovenop kantelen met een loopbare weergang en blinde zijmuren. Zo was het goed verdedigbaar tegen andere families.

Van woontoren tot woonhuis
In 1504 werd de woontoren verbouwd en in gebruik genomen als woonhuis. Zij was op dat moment in bezit gekomen van de familie Oudaen. Het gebouw telde vanaf dat moment vier bouwlagen en een kelder. In de kelder was waarschijnlijk de keuken ingericht, die uitkeek op de werf van de Oudegracht. Binnen in het huis werden tussenwanden geplaatst en extra stookplaatsen aangelegd om het wonen aangenamer te maken. De plaatsing van kruiskozijnen aan de voorkant moesten het huis meer licht geven. Dit ging wel ten koste van de verdedigbaarheid van het gebouw. De inwoners van Huis Oudaen wisten zich wel danig te verweren toen de Spanjaarden het huis op 2 mei 1577 tijdens de Nederlandse Opstand wilden innemen. Enkele kanonskogels die daarna in het huis werden gemetseld herinneren hieraan.

Later gebruik van het Huis Oudaen
In 1758 werd het pand verkocht aan de Hervormde Gemeente. Nadat het gebouw eeuwenlang de functie van woonhuis heeft gehad voor rijke inwoners, veranderde deze functie nu rigoureus. Het gebouw werd door de Hervormde Gemeente namelijk gebruikt als bejaardentehuis voor met name arme stadsbewoners. Dit nieuwe tehuis bood daarbij plaats aan 160 bewoners. Om aan de groeiende vraag aan het eind van de negentiende eeuw te voldoen werden er op het achterterrein onder andere enige huisjes voor echtparen gebouwd. Ook kwam er een ziekenzaal.

In de negentiende eeuw werd het pand door de Hervormde Gemeente nog gemoderniseerd. Onder andere de spitsboogvensters werden daarbij vervangen door een rechthoekig negentiende-eeuws model. Daarnaast werden de kantelen vervangen door een balustrade. In de twintigste eeuw raakte het pand steeds verder verwaarloosd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is er helemaal geen geld om het pand te onderhouden. Twee jaar nadat de laatste ouderen het tehuis hadden verlaten in 1965, werd het pand verkocht aan de katholieke studentenvereniging Veritas, die gebruikte het gebouw als sociëteit. Deze maakte voor een periode van vijf jaar gebruik van het pand. Na een grondige restauratie, geleidt door Het Utrechts Monumentenfonds, werd het pand in 1986 opengestelde als restaurant.

Nederland Monumentenland en haar onderdelen worden ondersteund door:

© Nederland Monumentenland 2019