Het Belgenmonument in Amersfoort

Op de Amersfoortse berg staat een markant overblijfsel van de Eerste Wereldoorlog in Nederland. Het Belgenmonument is tijdens de oorlog gebouwd door Belgische militairen die in Nederland geïnterneerd waren. Tussen de hoge bomen valt het monument nauwelijks op. Zoals ook de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog in Nederland een beetje is weggestopt. Het is de oorlog die aan ons voorbij ging: Nederland bleef neutraal. Ons land had echter volop met de oorlog te maken, vooral in de vorm van een grote stroom vluchtelingen die vanaf augustus 1914 de grens over kwam. Op korte termijn moesten zij voor onderdak en voor voedsel zorgen. Veel Belgen reageerden dankbaar op de aangeboden hulp, maar onder gevluchte militairen was er weerstand tegen de Hollanders. Een confrontatie in een van de interneringskampen kreeg een dodelijke afloop. Ook in de politiek ontstonden spanningen. België maakte in 1918 aanspraak op Nederlands grondgebied.

Vluchtelingen
Na het begin van de oorlog op 4 augustus 1914 kwamen veel vluchtelingen ons land binnen. De eerste vluchtelingen waren Belgische burgers uit de omgeving van Luik en Visé, die Limburg binnen trokken op de vlucht voor de Duitse troepen. In de maanden die volgden zochten vele Belgen een goed heenkomen in het neutrale Nederland. De Duitsers schoten honderden burgers dood als vergelding voor vermeende verzetsdaden en die geweldstactiek miste zijn uitwerking niet. Voor de eerste opvang konden de vluchtelingen terecht bij gezinnen in Brabant en Zeeland en in geïmproviseerde opvangkampen, vluchtoorden genoemd. De val van Antwerpen bracht een nieuwe stroom op gang, waaronder 33.500 militairen die niet in handen van de Duitsers wilden vallen.

Schietincident
De snelheid waarmee de kampen waren gebouwd, had als gevolg dat lang niet alle voorzieningen gereed waren. Keukens en sanitair waren aanwezig maar het ontbrak aan mogelijkheden voor recreatie voor de geïnterneerden. Voorzieningen voor de ontvangst van familieleden waren er niet of nauwelijks. Aangezien de Belgen het kamp niet mochten verlaten, sloeg algauw de verveling toe. Gevoegd bij de machteloosheid die velen voelden, nu zij werkeloos aan de kant stonden, ontstond er onvrede onder de Belgen. Begin december kwam het tot een uitbarsting. Bij een opstootje in het kamp werden acht Belgen doodgeschoten. In België werd met afschuw gereageerd op het drama in Kamp Zeist. De Brusselse gemeenteraad besloot op 15 december dat er iets moest gebeuren om de omstandigheden voor de geïnterneerden te verbeteren. De raad besloot om zogenaamde werkscholen voor de militairen op te richten.
De werkscholen werden een groot succes. Een van de belangrijkste doelen, de bestrijding van het analfabetisme, werd glansrijk behaald. Volgens De werkscholen slaagde er in om ruim 5.000 soldaten te leren lezen en schrijven. Minstens zo belangrijk was dat veel soldaten in de praktijk vakkennis konden opdoen. Vakken als metaalbewerking, houtbewerking, landbouw en tuinbouw behoorden tot het ‘curriculum’ van de opleidingen van de werkscholen.

Moderne architectuur
Bij de bouw van het Belgenmonument konden architecten Hoste en Van der Swaelmen hun opvattingen over (landschaps)architectuur alvast in praktijk brengen. Hun ontwerp werd zonder wijzigingen geaccepteerd. in mei 1917 ging de bouw van het monument van start. In een tijdsbestek van amper zes maanden metselden de Belgen op de Amersfoortse berg een monument in twee delen. Het hoofdgebouw heeft wel iets weg van een kerk, massief en vierkant als de kerken op het Vlaamse platteland. De binnenruimte van het monument is klein gehouden. Dat spoorde niet helemaal met de eisen van de moderne architectuur. Bouwen is ruimte scheppen, had Berlage gezegd. Alleen voor een monument ging die regel niet op, vond architect Hoste.

Internationaal
Na de Tweede Wereldoorlog verdween het Belgenmonument enige tijd van de radar. Nederland was druk met de wederopbouw en had wat anders aan het hoofd dan een monument uit een oorlog waar het niet aan deel had genomen. In 1946 constateerde stadsarchitect Zuiderhoek dat het monument in slechte staat verkeerde. Vooral ‘het betonnen beeldhouwwerk’ was er slecht aan toe. In een adem stelde hij vast dat restauratie de gemeente Amersfoort teveel geld zou kosten. Tien jaar later besloot de gemeente alsnog dat het tijd werd voor een restauratie. Voor financiering van de restauratie klopte de gemeente aan bij het ministerie, dat niet afwijzend stond tegen een rijksbijdrage. Een commissie op het ministerie benadrukte het internationale belang van het monument.

In de aanloop naar de herdenking ‘100 jaar Belgenmonument’ in 2016 ondergaat het monument opnieuw een opknapbeurt. De bijbehorende tuin zal na gedegen onderzoek naar de oorspronkelijke plannen van Louis van der Swaelmen heringericht worden. Daarmee wordt het monument, als bewijs van een gedeeld verleden, in ere hersteld.

Nederland Monumentenland en haar onderdelen worden ondersteund door:

© Nederland Monumentenland 2019