Achtergrond van één van de meest gedenkwaardige moorden in de Nederlandse geschiedenis.

Gevangenpoort in Den Haag

De Gevangenpoort is een middeleeuwse gevangenis in Den Haag. Vanaf 1420 tot 1828 deed de Gevangenpoort dienst als gevangenis van het Hof van Holland, waarin personen die een zwaar misdrijf hadden begaan terecht kwamen.

Deze poort gaf toegang tot het imposante daar achterliggende kasteel van de graven van Holland (het Binnenhof), wat sinds het einde van de dertiende eeuw de belangrijkste zetel van hun macht vormde.

Het Groene Zoodje
In 1428 wordt de Gevangenpoort een staatsgevangenis. Boven de poort en de naastgelegen Cipierswoning is een ruimte die in gebruik is als cel. De cellen zijn bedoeld om verdachten onder te brengen tijdens het proces. Zodra er een vonnis geveld is, wordt dit in het openbaar uitgevoerd op het Groene Zoodje (executieplaats, waar ter dood veroordeelden werden terechtgesteld, gelegen naast de Gevangenpoort) als afschrikwekkend voorbeeld voor de rest van de bevolking.

De Pijnkelder
Tussen 1517 en 1535 wordt er door Keizer Karel V een groot cellenblok aangebouwd. Soms zaten de gevangen met vijftien personen in één cel. Hier moesten zei wachten op hun vonnis, dat bestond uit een geldboete of een lijfstraf, bijvoorbeeld verbanning of doodstraf. Onder de nieuwe uitbreiding wordt de Pijnkelder gebouwd. Hier werden verdachten in opdracht van de rechters onderworpen aan een zogeheten scherp verhoor, indien zij twijfelden aan de verklaring van de verdachten.

De moord op de gebroeders de Witt
De bekendste gevangene van deze gevangenis was Cornelis de Witt. Cornelis de Witt, rechterhand van admiraal Michiel de Ruyter gedurende de Tweede Engels-Nederlandse oorlog, wordt in 1672 beschuldigd van samenzwering en hoogverraad, voor het willen vermoorden van Willem III. Hij wordt hij gearresteerd en verblijft twee weken in de Ridderkamer van de Gevangenpoort. Cornelis blijft echter de valse beschuldiging ontkennen, zelfs wanneer hij in de Pijnkelder door de beul onderhanden genomen wordt. Tijdens het proces heeft hij echter wel over andere zaken gelogen en wordt hij vervolgens wegens meineed veroordeeld tot levenslange verbanning uit Holland. Zover komt het echter niet. Cornelis die na zijn ondervraging niet meer kan lopen, laat zijn broer Johan de Witt (raadspensionaris van Holland) met een rijtuig komen om hem op te halen. Wanneer Johan binnen is, wordt het gebouw door een uitzinnige menigte bestormd. De beide broers worden naar buiten gesleept en gelyncht. Na de gewelddadige dood van Johan en Cornelis de Witt, sneden Haagse burgers lichaamsdelen van de lijken. Dood was niet genoeg, de lichamen werden voorwerp van een mengsel van vernedering, fetisjisme en kannibalisme. Voor het nageslacht zijn de tong van Johan en de grote teen van Cornelis bewaard gebleven.

Nederland Monumentenland en haar onderdelen worden ondersteund door:

© Nederland Monumentenland 2019