Gemaal De Cruquius in Cruquius

Gemaal De Cruquius is genoemd naar de Nederlandse waterbouwkundige Nicolaus Samuelis Cruquius, geboren als Nicolaas Kruik in 1678 te West-Vlieland. De imposante combinatie van techniek en architectuur maken dat De Cruquius een industrieel monument van wereldformaat is. Het gemaal heeft op zijn beurt de naam Cruquius gegeven aan het dorp in de nabijheid.

Geschiedenis
Het gezichtsverlies door de Belgische onafhankelijkheid in 1830 en twee gevaarlijke stormen in november en december 1836 deden koning Willem I in 1837 besluiten tot het instellen van een staatscommissie die de droogmakingsplannen van het Haarlemmermeer moest beoordelen. Er ontbrandde meteen een felle strijd tussen de voorvechters van de windmolen en die van de stoommachine. De strijd tussen wind en stoom werd door koning Willem I beslecht ten gunste van de vooruitgang. De droogmaking op stoomkracht werd een prestigeproject dat Nederland het industriële tijdperk inloodste. Men had uitgerekend dat er drie stoomgemalen nodig waren om het meer leeg te malen.

In 1840 werd de eerste spade gestoken voor de 63 kilometer lange ringvaart en ringdijk. Nog voordat het meer was omsloten startte in 1845 de bouw van De Leeghwater dat als prototype diende voor de twee andere. De bouw van De Lijnden en De Cruquius startte in 1847, ze werden voltooid in 1849. Na drie jaar en drie maanden was 800 miljoen kubieke meter water opgepompt. De Staatscourant van juli 1852 kopte: De Meer is droog! In totaal kostte de droogmaking ruim 10 miljoen gulden.
In tegenstelling tot De Lynden en De Leeghwater is De Cruquius later niet gemoderniseerd. Het gemaal deed geen actieve dienst meer sinds 1912; vanaf dat jaar was de Cruquius een reservegemaal. In 1932 werd het definitief stilgelegd – de officiële sluiting vond plaats op 10 juni 1933. De stoomketels werden verschroot. De andere twee gemalen waren wel gemoderniseerd en konden vanaf die tijd ook zonder De Cruquius de polder drooghouden.

Bouw
Alle drie de gemalen zijn gevestigd in neogotische gebouwen met elementen die typerend zijn voor deze stijl, zoals kantelen, zware steunberen, spitsbogen en rijk geornamenteerd traceerwerk. Ook binnen zijn neogotische elementen te vinden, zoals versierde gietijzeren trappen en pilaren. Van de drie gemalen is alleen De Cruquius grotendeels in oorspronkelijke staat bewaard gebleven.

Museum
Na 1933 stond De Cruquius enige tijd stil en was verlaten; er waren zelfs plannen het gemaal te slopen. De sloop ging echter niet door, dankzij de inzet van de in 1934 opgerichte Stichting De Cruquius. De Stichting nam het gemaal over voor een symbolisch bedrag van 1 gulden en vestigde er in 1934 een (statisch) museum. Na een restauratieproject van 20 jaar werd op 4 juni 2002 de machine door prins Willem-Alexander opnieuw (nu hydraulisch) in beweging gesteld.

Retourtje Cruquius
Retourtje Cruquius is voor publiek de gelegenheid om een van de belangrijkste iconen van Nederlands industrieel erfgoed te bezoeken en op eigen wijze te beleven. Het hele weekend kunnen bezoekers mee met een oude Veteranenbus, die pendelt tussen het Kunstfort bij Vijfhuizen (festivallocatie Ringbiënnale) en Cruquius Museum. De bus rijdt vier keer per dag, er is per rit plek voor 45 passagiers.

Nederland Monumentenland en haar onderdelen worden ondersteund door:

© Nederland Monumentenland 2019