Een megalomane bankierswoning

Drift 21 in Utrecht

In Utrecht is veel verborgen: onder de grond, in afgesloten stegen en hofjes of gewoon boven systeemplafonds. Ware oases liggen omringd door bebouwing en achter alledaagse gevels schuilen spectaculaire interieurs. Wie zou bijvoorbeeld vermoeden dat de lage, sobere gevel van de Drift 21 toegang biedt tot een van de meest megalomane (voormalige) woonhuizen van Utrecht, met een enorme zuilengalerij als hal? Het was het onderkomen van de rijke Utrechtse bankier Herman Friedrich Kol, die het in 1907 liet (ver)bouwen.

Voorgeschiedenis
In de middeleeuwen gebouwd voor kanunniken van het kapittel van Sint Jan, kreeg de gevel van Drift 21 z’n huidige vorm grotendeels in de 18e eeuw. Net als de meeste huizen aan de Drift en Plompetorengracht werd het toen bewoond door leden van de adel of het patriciaat. Begin 19e eeuw woonde de inner van tabaksaccijnzen er en later de directeur van de posterijen, met (post)kantoor aan huis. Daarna werd het weer een patriciërswoning.

Verbouwing 1907
In 1907 kocht Herman Friedrich Kol het huis en liet een groot deel afbreken. Alleen het voorhuis direct aan de Drift bleef staan, door een grote hal met zuilen verbonden met het nieuwe gebouwde achterhuis. Zo ontstond een bebouwd oppervlakte van zo’n 600 m²! De Utrechtse architect P.J. Houtzagers hanteerde daarbij een neoclassicistische stijl die niet erg kenmerkend voor hem was. Zijn andere gebouwen, zoals Sic Semper aan de Nieuwegracht/Trans, zijn veel speelser dan de strakke achtergevel van Drift 21, en bovendien uit baksteen opgetrokken. Houtzagers gebruikte aan de Drift — waarschijnlijk als eerste woonhuis in Utrecht — een betonnen constructie. Deze moderne opzet werd ‘verdoezeld’ door de aankleding van het interieur met antieke elementen (deels uit het oude huis, deels door Kol verzameld) en nieuwe decoraties in neostijlen.

Kol van Ouwerkerk
Wie was de rijke opdrachtgever van dit grootse woonhuis? Herman Friedrich Kol van Ouwerkerk (1853-1928) was firmant van Vlaer & Kol, één van de oudste banken van Nederland, gevestigd in de Winkel van Sinkel. Herman Kol trouwde in 1881 met Constantia Grothe, deels van adellijke komaf. Uit de nalatenschap van haar oom kocht hij in 1902 de ambachtsheerlijkheid Ouwerkerk (Zeeland), waarna hij zich Kol van Ouwerkerk mocht noemen. Herman Kol handelde ook in effecten en vergrootte zijn rijkdom met investeringen in onroerend goed, onder meer in Hilversum waar hij de Constantiastraat naar zijn vrouw liet noemen. Kol van Ouwerkerk was een prominente Utrechter, lid van de gemeenteraad en provinciale staten, voorzitter van de Kamer van Koophandel. Hij verzamelde kunst en antiek en was lid van het Historisch Genootschap. Kol hielp ook de Utrechtse gemeentearchivaris Muller bij de aankoop van het belangrijke handschrift Monumenta van Buchelius. Geen wonder dat hij zijn huis historiserend liet inrichten.

Hal
De spectaculaire hal met twee zuilengalerijen (voor de liefhebber: beneden Ionisch, op de verdieping Korintisch) wordt bekroond door een prachtig daklicht. In de motieven van het glas-in-lood is de invloed van de Art Nouveau zichtbaar. Het is het enige stijlelement in het huis waarvoor in 1907 niet op het verleden werd teruggegrepen.

De hal is bijzonder licht en open door het grote daklicht, de gepleisterde zuilen en wanden en de witte marmeren vloer, met enkele rode banen langs de randen. Alle kamers zijn rond de centrale hal gegroepeerd, ook de vertrekken van het oude voorhuis. Aan de rechterwand zijn geen vertrekken, maar die indruk wordt wel gewekt door een schijndeur, aangebracht vanwege de symmetrie.

Bibliotheek
Direct aan de hal grenst de bibliotheek, die ook als antichambre diende voor de salon. De rococo muurkasten en vitrines — wellicht nog uit het oude huis — boden relatief weinig ruimte voor boeken, wat doet vermoeden dat er alleen kostbare exemplaren stonden en misschien ook andere door Kol verzamelde objecten. De bibliotheek was gedecoreerd met “Fransch-Chineesche voorstellingen” van Jean-Baptiste Pillement, waarvan nog enkele stukken aanwezig zijn.

Salon
De grote salon, tegenwoordig Sweelinckzaal genoemd, had oorspronkelijk een allegorisch schilderstuk aan het plafond, waar nu alleen het stucwerk rest. Ook het behang van donkerrood damast is verdwenen, maar de rijke decoraties in Lodewijk XVI-stijl aan deurlijsten, schouw en lambrisering zijn er nog. Na jarenlang onder een laag witsel te hebben gezeten zijn ze nu weer verguld en in hun oorspronkelijke(?) kleuren geschilderd.

Eetkamer
“De eetkamer is de fraaiste kamer van het geheele huis”, zo werd de ruimte in 1928 beschreven. De mooiste onderdelen zijn helaas sindsdien verdwenen: de behangschilderingen van landschappen, verdeeld over vijf grote en twee kleine panelen. Ze werden in de 18e eeuw gemaakt door Jurriaan Andriessen en misschien afkomstig uit het oude deel van het huis, maar wellicht door Kol van elders aangekocht. Toen na Kols dood het pand door de universiteit in gebruik werd genomen zijn de schilderingen waarschijnlijk verkocht.

Slaapverdieping
Via het trappenhuis in neorenaissancestijl — goed herkenbaar als een ontwerp van Houtzagers — bereik je de verdieping. Op de gaanderij rond de hal valt het verschil in vloerniveau op tussen het oude voorhuis en het nieuwe achterhuis, van beneden gezien verborgen achter de balustrade.

De hoofdslaapkamer ligt boven de salon en is net als die ruimte bijna 100 m² groot. Houtzagers ontwierp een aankleding in neo-Lodewijk XVI-stijl. Het moet haast wel de rijkst gedecoreerde en grootste slaapkamer van Utrecht zijn geweest. De lambriseringen, deurlijsten en pilasters zijn voorzien van fijn houtsnijwerk. Opvallend is dat het hout niet is geschilderd of verguld, al was dit oorspronkelijk misschien wel het geval.

Modern gemak
Het huis werd in 1907 van moderne gemakken voorzien zoals centrale verwarming — met luchtroosters in de vloer van de grote hal — en WC’s met waterspoeling. Eén zo’n WC is bewaard gebleven en werd tot voor kort nog gebruikt.

Verkoop
In 1928 overleden mevrouw en mijnheer Kol van Ouwerkerk kort na elkaar. Zij waren kinderloos gebleven. Het huis en de inboedel werden apart geveild. De 1106 veilingkavels laten zien wat voor schatten Kol in zijn enorme huis had verzameld: zilver, koper en tin, porselein, glas, aardewerk, meubels, spiegels, schilderijen, pendules, klokken, lampen… Er was een aparte veilingcatalogus voor de kostbare muntenverzameling. Een bijzonder veilingobject was de gebeeldhouwde houten poort die in de hal stond als toegang tot het trappenhuis. Deze 17e-eeuwse poort was afkomstig uit het Amsterdamse grachtenpand van Joan Huydecoper van Goudestein. Ondanks alle overdaad beschreef een bevriende hoogleraar enkele jaren na zijn dood Kol van Ouwerkerk als “zeer zuinig” en een “mensch met weinig behoeften, die stil in zijn te grote huis aan de Drift woonde.”

Universiteit
Het pand werd in 1929 voor ƒ 90.000 gekocht als Geografisch Instituut voor de Utrechtse universiteit. In de hal kwamen antieke globes en kaartenkasten te staan. De bibliotheek behield z’n functie en de salon werd studiezaal. In de grote slaapkamer werden colleges gegeven. Later verrees een grotere collegezaal in de achtertuin.

In 1970 betrok het Instituut voor Muziekwetenschap het gebouw, dat tegenwoordig bij de Universiteitsbibliotheek Binnenstad hoort. In 2014 werd het glas-in-lood in de grote hal gerestaureerd. Hoeveel studenten zullen nog beseffen dat dit enorme pand vroeger een woonhuis was van een kinderloos echtpaar? Ik wist dat zelf in ieder geval niet, toen ik er in de jaren 90 colleges Kunstgeschiedenis had. In de hal stonden toen nog vitrines met antieke muziekinstrumenten.

Verschillende universiteiten stoten tegenwoordig hun verspreid door de stad liggende locaties af ten gunste van een centraal onderkomen, zoals de Amsterdamse Binnenstadscampus. In de jaren 60 zijn veel Utrechtse studies natuurlijk al naar de Uithof verhuisd. Gelukkig heeft de faculteit Geesteswetenschappen een tussenoplossing gevonden: concentratie op een paar plekken in de binnenstad, waaronder de Drift. Zo blijft de charme van college krijgen in allerlei verschillende oude panden — elk met hun eigen sfeer — behouden.

Nederland Monumentenland en haar onderdelen worden ondersteund door:

© Nederland Monumentenland 2019