Voortbestaan van Oostbeer aan een zijden draadje

De Oostbeer in Vlissingen

Napoleontisch vestingwerk
In 1809 werd Vlissingen zwaar getroffen door een Engels bombardement. Hierbij werd de stad zwaar getroffen. Bij de wederopbouw liet Napoleon de vesting Vlissingen ingrijpend moderniseren en uitbreiden. Vlissingen werd aan de landzijde voorzien van een nieuwe gracht en rondom de stad werden forten aangelegd. In de periode 1811-1813 werd aan de oostelijke zijde en aan de westelijke zijde van de stad een stenen beer gebouwd. Deze kregen later de naam van Oostbeer en Westbeer. Beide vestingwerken werden opgetrokken om het water in de vestinggracht rond de stad te scheiden van het zeewater. Zo werd voorkomen dat de vestinggracht bij laag water leeg zou lopen.

Stenen beer
De Oostbeer is een gemetselde stenen dam met schuine kanten. Aan de bovenzijde is een ‘ezelsrug’ aangebracht van gladde natuurstenen.  Deze ezelsrug is in het midden voorzien van een zogenaamde monnik, een massief rond torentje met een zogenaamde gladde, afgedekte muts. Dit alles om aanvallende soldaten te beletten de vesting via de beer te bereiken.

Uitgebreid verdedigingsstelsel
Van binnen is de beer hol. Hier bevindt zich een gang aangelegd met schietgaten, om eventuele vijanden in de stadsgracht te kunnen beschieten. De gang was aan beide zijden van de beer verlengd, tot ver onder de dijk. In dit stelsel van onderaardse gangen konden explosieven worden aangebracht. Deze konden tijdens een aanval over landzijde tot ontploffing worden gebracht. Dit met de vernieling van het verdedigingswerk en daarmee de inundatie van het gebied rondom de vesting Vlissingen als gevolg.

Dreigende sloop
Nadat het vestingwerk buiten gebruik werd gesteld werd in de moderne tijd over de beer een brug aangelegd. De brug maakte voetgangers- en fietsverkeer tussen de stad en Het Eiland mogelijk. Bij de aanleg ging voor de Oostbeer de monnik verloren. Het vestingwerk dreigde echter geheel te verdwijnen toen de Eilanddijk rond 1975 in het kader van de Deltawet onder handen werd genomen. Onder meer op voorspraak van de stichting Menno van Coehoorn en de ‘Vlissingse commissie voor instandhouding Oostbeer en restanten Kasantsbolwerk’ besloot Rijkswaterstaat de Oostbeer te behouden. Dit was technisch mogelijk, omdat het verdedigingswerk in de nieuwe situatie binnendijks kwam te liggen.

Rijksmonumentale status
Nadat een eerder verzoek van het college van B&W van Vlissingen om de Oostbeer op de monumentenlijst te plaatsen was afgewezen, werd de Oostbeer in 1980 alsnog tot rijksmonument aangewezen. Financiële middelen om het vestingwerk te restaureren waren echter niet voorhanden. Pas in 1994 kon de Oostbeer gerestaureerd worden, waarna het kon worden opgenomen in de zogenoemde Groene Boulevard. Maar twintig jaar later lag het vestingwerk er alweer verloren en verwaarloosd bij.

Voortbestaan
Opnieuw hing het voortbestaan van de Oostbeer aan een zijden draadje. Vooral toen het college van B&W van Vlissingen in maart 2015 de Raad van Vlissingen vroeg om de Oostbeer niet te redden. Achterliggende reden was dat de in financiële nood verkerende gemeente geen anderhalve ton zou kunnen uittrekken voor de restauratiewerken. Zelfs niet als de Provincie de resterende drie en een halve ton uit het budget voor restauratie van Rijksmonumenten zou bekostigen. De Oostbeer dreigde alsnog uit het Vlissingse beeld te verdwijnen. De gemeenteraad kon zich echter niet vinden in het verzoek. Na een nieuw ingediend voorstel werd op 15 februari 2016 bekend dat de financiering alsnog rond is. De restauratiewerkzaamheden zullen in de eerste helft van 2016 worden uitgevoerd. Vervolgens zal een gedeelte van de Oostbeer voor het publiek worden opengesteld.

Nederland Monumentenland en haar onderdelen worden ondersteund door:

© Nederland Monumentenland 2019