Coolsingelziekenhuis in Rotterdam

Het Grote Ziekenhuis of Coolsingelziekenhuis in Rotterdam werd tussen 1839 en 1848 gebouwd en in de jaren 1880 aan de achterkant uitgebreid. De eerste directeur was dr. J.B. Molewater (1813 – 1864). Molewater hanteerde het ‘profijtbeginsel’, je betaalde voor wat je kreeg en had daardoor rechten die men in het Gasthuis niet had, daar was je afhankelijk van de ‘relatie die je opbouwde met de doktoren’. Tot die tijd was het gebruikelijk dat de hogere klassen zich thuis lieten verplegen, want die konden dit betalen. Door de introductie van verschillende verpleegklassen dacht Molewater de financiering van heel zijn ziekenhuis gezond te houden. Voor 1853 nam het Coolsingelziekenhuis zelfs alleen maar betalende patiënten aan, de rest moest zich behelpen met het oude Gasthuis.

Het ziekenhuis leed in de beginperiode grote verliezen. De gemeente subsidieerde het ziekenhuis al fors en was bovendien bang dat als ze alles zouden betalen, de diaconieën ook al hun patiënten zouden gaan doorsturen naar het Coolsingelziekenhuis. Men stelde toen nog prijs op een sterke scheiding van staat en kerk, ieder moest voor zichzelf zorgen. Uiteindelijk kwam men tot het besef dat enige coördinatie toch voordelen zou bieden en dus zouden in het Coolsingelziekenhuis ook ‘armlastigen’ worden geaccepteerd, ook al werden die gestuurd door de diaconieën. Ook toen al kon men berekenen dat bij een hoge subsidie een paar extra gratis patiënten echt geen verschil meer zou maken. Het uiteindelijke doel was dat zoveel mensen als mogelijk van het ziekenhuis gebruik zouden gaan maken: leegstand is altijd duurder en hoe meer patiënten hoe hoger de omzet, dacht men.

Vanuit heel Europa kwam men op bezoek in het modernste ziekenhuis van Europa, het Coolsingelziekenhuis. In 1864 overleed Molewater en het ziekenhuis verloor al snel zijn voorsprong op andere ziekenhuizen. Molewater had altijd meer gepleit voor een integraal ziekenhuis, maar mensen wilden toen niet graag verpleegd worden naast een cholerapatiënt en dus liepen de inkomsten van het ziekenhuis snel terug. Er werd gezocht naar een oplossing in de vorm van dependances.
Bij het ontwerp van het Coolsingelziekenhuis was geen rekening gehouden met de onverwacht snelle bevolkingsgroei na 1850. Bovendien was de bevolkingsaanwas vooral een gevolg van het toenemen van de ‘sociaal zwakkeren’ die veel smeriger werk en huisvesting hadden en dus veelal eerder een beroep op het ziekenhuis moesten doen. In 1888 werd in feite een tweede ziekenhuis gebouwd achter het Rose ziekenhuis. In vier barakken konden nu tegelijk 500 patiënten worden verpleegd, maar het was al snel wéér onvoldoende.

Sloop in 1940
Het Coolsingelziekenhuis werd in de Tweede Wereldoorlog door het bombardement beschadigd ondanks een groot rood kruis op het dak. De patiënten konden maar ternauwernood worden geëvacueerd. De buitenmuren stonden nog overeind, met de toegangspoort aan de achterzijde van het gebouw. Na het bombardement werd grootschalige sloop toegestaan in het kader van de wederopbouw. Tenminste 144 gebouwen die bouwtechnisch voldeden zijn in die periode gesloopt. Ook de restanten van het Coolsingelziekenhuis werden in 1940 gesloopt.

Coolsingelpoort
Een aantal paviljoens overleefden de oorlog en bleven tot december 1960 in gebruik. Jarenlang liep de Lijnbaan uit op een blinde muur van het ziekenhuis. Pas in 1963 werd het zij gesloopt en kwam er ruimte vrij voor een uitbreiding van de Lijnbaan. Dat werd het Lijnbaanplein met de oude toegangspoort van de achterzijde van het ziekenhuis, de Coolsingelpoort, en een boom uit de tuin van het ziekenhuis. De Coolsingelpoort en de Lijnbaanplataan zijn nog de enige tastbare herinneringen aan het ziekenhuis.

Nederland Monumentenland en haar onderdelen worden ondersteund door:

© Nederland Monumentenland 2019