Bergkerk in Deventer

De tussen 1198 en 1209 gebouwde romaanse kruisbasiliek werd bediend door broeders uit het norbertijnenklooster Varlar bij Coesfelt in Duitsland. De kerk werd in 1206 ingewijd door de bisschop van de Letse stad Riga. Het gebouw vertoont ook veel gelijkenis met andere kerken uit de Oostzeelanden.

Van de oorspronkelijke romaanse kerk resteren de beide in tufsteen opgetrokken westtorens, die zijn geleed door middel van lisenen en rondboogfriezen. Mogelijk heeft oorspronkelijk tussen beide torens boven de ingang een galerij gezeten die in de gotische periode is uitgebroken. Inwendig zijn de beide oostelijke hoeken van het romaanse dwarsschip bewaard gebleven. Hierin bevinden zich nissen met 13e eeuwse muurschilderingen.

In de eerste helft van de 15de eeuw ontstond een nieuw gotisch koor met kooromgang. Kort daarop maakte ook het romaanse schip plaats voor een nieuw basilicaal schip met brede zijbeuken, met op het gewelf van de noordzijbeuk het jaartal 1463 en op dat van de zuidzijbeuk 1466. In deze tijd zijn de torens met een bakstenen geleding opgehoogd en voorzien van de huidige spitsen.
In 1477 kwam een kapel gereed, mogelijk die aan de noordzijde van de kooromgang. Omstreeks 1500 werden tegen de einden van het oude romaanse transept tweebeukige dwarskapellen toegevoegd die niet hoger zijn opgetrokken dan de zijbeuken en daardoor geen dwarsbeuk vormen. In 1497 kwam het portaal voor de noorddeur gereed.

In 1580 werden alle kerkgebouwen aan de Protestanten toegewezen en volgde een verlate Beeldenstorm waarbij de altaarstenen werden gebruikt voor grafstenen en de afbeeldingen in de kerk werden weggekalkt, waarna in 1582-’83 de kerk voor de protestantse eredienst werd ingericht. De protestantse gemeente in de Bergkerk kreeg al vroeg te maken met een teruggang in het aantal kerkleden. Door de stedenbouwkundige ontwikkeling in de naoorlogse periode met nieuwe buitenwijken met ruimere woningen verloren de oude binnensteden steeds meer hun woonfunctie. Het Bergkwartier had bovendien te maken met een sterke verpaupering, waardoor gemeenteleden wegtrokken. De Nederlands Hervormde kerk koos er voor om in de binnenstad de Lebuïnuskerk te handhaven voor de eredienst. De Bergkerk werd verlaten. De gemeente Deventer werd eigenaar van het gebouw.

De grote monumentale waarde van de Bergkerk stelde vanaf het begin duidelijke beperkingen aan mogelijke herbestemming. De monumentale interieurelementen zoals de vloeren, de koperen kroonluchters, de preekstoel en het orgel, alsmede de ruimtelijke beleving zijn bepalend voor de mogelijkheden. Inbouw van nieuwe elementen is daardoor zeer problematisch.

Op 10 januari 2006 opende de Bergkerk haar deuren voor bezoekers en Deventernaren. Dit was een groot succes, want de kerk werd in 9 maanden tijd door 30.000 mensen bezocht. De kerk werd zo weer een middelpunt in de stad. Ook het gebruik als cultureel podium is succesvol. De VVV heeft voor dit culturele gebruik een aantal randvoorwaarden gesteld, om er voor zorg te dragen dat de activiteiten passend zijn voor de monumentale ruimte en omgeving van de kerk. De kerk is bijvoorbeeld beschikbaar voor feestelijke bijeenkomsten.

De Bergkerk wordt niet commercieel geëxploiteerd. De onderhoudskosten worden nog steeds gefinancierd uit de al lang beschikbare budgetten. De meerkosten voor het openstellen en het organiseren van culturele activiteiten worden wel zo veel mogelijk betaald uit de opbrengsten uit verhuur. De opbrengst voor de stad is hoe dan ook groot. De openstelling betekent een verlevendiging van het culturele klimaat in de stad en in het Bergkwartier. Dit is een sterke troef bij de promotie van het cultuurtoerisme in Deventer.

Nederland Monumentenland en haar onderdelen worden ondersteund door:

© Nederland Monumentenland 2019